Blogs

Pastel voor beginners: waarmee begin je?

Updated: Jul 2

Je hebt al een tijdje het werk van tekenaars gezien die prachtige tekeningen maken met pastel en nu denk je: dat wil ik ook! Nou, wees gerust, iedereen kan het. Het vergt wel veel tijd en oefening. Maar de juiste materialen helpen je op weg om te groeien met pastel. Ik neem je mee in de materialen die ik gebruik bij het maken van een pasteltekeningen.


Stap 1: Het juiste papier vinden

Al mijn tekeningen worden gemaakt op het papier genaamd Clairefontaine Pastelmat. Wat is het fijne aan dat papier? Het heeft genoeg structuur om vele lagen er op te maken, zonder dat het papier verzadigd raakt. Dit papier komt in 14 kleuren, dus genoeg om uit te kiezen. Een ander papier dat vaak gebruikt wordt is Canson Mi-Teintes. Met dat papier ben ik begonnen. Dat papier heeft een honinggraadstructuur. Hierdoor neemt het minder goed pastel op en zul je het papier er meer doorheen zien komen. Dit papier vind ik - en velen met mij - niet prettig werken voor pastel. Sterker nog, ik wilde bijna stoppen met pastel, vanwege dat papier. Dus mijn advies zou zijn om direct op pastelmat te beginnen. Eén blad is ongeveer €2 euro.


Pastelmat

Stap 2: Het kiezen van het merk potloden

Er zijn veel verschillende merken pastelpotloden, dus de juiste kiezen kan in het begin overweldigend voelen. Ze zijn ook redelijk prijzig, dus je koopt niet even een paar dozen om uit te proberen. Zelf ben ik begonnen met het blik van 24 potloden van Faber Castell Pitt Pastel. Deze 24 potloden zijn genoeg om de meeste onderwerpen te tekenen. Deze heb ik uiteindelijk uitgebreid met meer kleuren van Faber Castell, voornamelijk tinten bruin en grijs. Deze potloden zijn redelijk hard, waardoor je er zowel een goede basislaag mee kan tekenen als de fijne details, zoals kattenharen. Een ander merk is Caran D’Ache pastel. Dit merk heeft de duurste potloden. Deze hebben veel pigment en geven daarmee de helderste kleuren. Wit is daarmee ook echt dekkend wit. Een wit en zwart potlood hebben van Caran D’Ache kan ik je altijd aanraden. Caran D’Ache heeft veel zachte kleuren, hier heb ik steeds losse potloden van gekocht. Voor fijne details zijn ze minder geschikt, omdat ze dus zachter zijn in gebruik. Een ander bekend merk is Stabilo CarbOthello. Hier heb ik het blik van 48 stuks van. Deze potloden zijn heel dun en voelen daardoor iets minder stevig in je hand. Ze zijn net iets zachter dan Faber Castell, maar nog steeds goed geschikt voor de basislaag en details. Een vierde merk is Derwent Pastel, hier heb ik zelf maar vier potloden van, dus kan ik geen advies over geven.



Stap 3: Pastelkrijt en PanPastel


Pastel heb je in potloodvorm, maar daarnaast ook in de vorm van krijtjes of bakjes. Pastelkrijt en PanPastel zijn zeer geschikt voor achtergronden. Ze hebben veel pigment en dekken goed. Pastelkrijt is stoffiger, waardoor je werkblad veel meer onder het pastel komt te zitten. Zelf heb ik een doos met 30 krijtjes van Rembrandt. Aangezien een hele doos nogal prijzig kan zijn, adviseer ik je om natuurtinten te kopen. Verschillende tinten groen, bruin, oranje, geel en grijs. Uiteraard ook een zwart en wit. Soms wil ik de highlights van een tekening nog extra aanzetten met een wit krijtje, omdat deze dus het meest wit zijn. Een andere optie is PanPastel, dit lijkt op oogschaduw. Zowel door de bakjes waar het inzit, als de kwastjes die je erbij gebruikt. Dit is prijziger dan pastelkrijt, ongeveer €7 per kleur. Vanwege de tools die je erbij gebruikt, zoals de applicator (het blauwe stokje) kun je het ook fijn gebruiken als ondergrond van je onderwerp. Je kan zo netjes met de haarrichting mee gaan, zodat je na de basislaag al een aaibaar ogend resultaat hebt. Zelf ben ik met PanPastel begonnen met natuurkleuren, zoals je ook op de foto kan zien. PanPastel verkoopt handige plastic bakken ervoor, zodat je ze bij elkaar kan bewaren.


Lees hier de verschillen tussen pastelkrijt en PanPastel




Stap 4: Puntenslijpers


Pastelpotloden zijn lastig te slijpen, omdat ze de messen snel bot maken. Je hebt daardoor een aantal opties. De merken van de potloden adviseren zelf om ze te slijpen met een mesje. Dat is een handigheid die je moet leren, maar zelf ben ik daar te onhandig voor. Ik heb meerdere puntenslijpers geprobeerd. Velen gebruiken een klein, ijzeren puntenslijpertje. Deze wordt alleen dusdanig snel bot dat je er soms wel 10 nodig hebt per tekening. Ze zijn wel heel goedkoop dus je kan er dan in één keer heel veel kopen. Faber Castell heeft ook een puntenslijper geschikt voor kleur- en pastelpotlood. (De blauwe puntenslijper op de foto) Hier gebruik ik het kleine gat bij ‘Colour grip’ voor mijn kleine potloden, die niet meer in de tafelpuntenslijper past. Daarnaast heb ik de Dahle 133 geprobeerd. Deze gaf zeer scherpe punten, maar was bij mij ook zeer snel bot. Persoonlijk dus geen goede ervaring. Mijn ultieme favoriet is de puntenslijper van Heutink. Ik teken nu sinds 2016 en ik heb er pas 2 hoeven kopen. (Ze zijn wel vrij prijzig (€31) maar op jaarbasis valt het dus wel mee.) Je kan ook losse messen kopen, dat scheelt weer geld.



Stap 5: Overige benodigdheden


Naast de tekenspullen zijn er nog meer spullen die handig zijn bij het tekenen. Zo is het handig om een kneedgum te hebben, deze gebruik ik vooral om vlekken weg te halen (en verdwaalde kattenharen). Een tabletstandaard, zodat ik mijn tablet naast mijn werk kan houden. Daarnaast een tafelstandaard, zodat ik minder last krijg van mijn rug tijdens het tekenen. Als laatste afplaktape, hiermee plak ik mijn tekening vast aan een placemat zodat ik de achtergrond kan doen zonder dat het papier schuift (en je kleurt je tafel niet mee).



Tekenen is mijn passie. In de jaren dat ik teken ben ik tegen meerdere dingen aangelopen en had ik allerlei vragen. Daarom deel ik nu graag mijn kennis met jou, om jou verder te helpen.